Korte workshop ‘stijl’ uit de Masterclass schrijven

Vorige week vond de Masterclass schrijven plaats. Onder het genot van de Spaanse zon werden de cursisten begeleid door Editio-oprichters Marlies Bonnike (literair agent) en Bob van der Burg (schrijver).

 

Tijdens de Masterclass werkten de cursisten verder aan (de opzet van) hun manuscript. Daarnaast werd er elke dag een workshop gegeven, waarin meer leerde over bijvoorbeeld communicatiestijlen, structuur, etc. Dit konden de cursisten dan weer toepassen op hun eigen verhaal. Vandaag lichten we één van die workshops uit om zelf mee aan de slag te gaan.

Workshop stijl

Stijl is de manier waarop een schrijver zich uitdrukt met taal.Ook wel: stijl is de keuze uit mogelijke formuleringen waarmee een schrijver zich uitdrukt.
Kenmerken van stijl zijn bijvoorbeeld: zinsritme, zinsbouw, typerende zinswendingen en woordkeuze, het gebruik van beeldspraak, de toon waarop wordt verteld (ironisch, humoristisch, etc).

Structuur en stijl bepalen samen hoe het verhaal eruit ziet: hoe wordt het verteld, op welke manier komt het over op de lezer en welk doel dient dat? Een verhaal met een hoge dichtheid aan gebeurtenissen wordt meestal niet verteld in lange, meanderende zinnen. Een hyper-realistische vertelling wordt zelden gekenmerkt door poëtisch taalgebruik.

Raymond Queneau schreef het beroemd geworden boek Exercices de style, door Rudy Kousbroek in het Nederlands vertaald als Stijloefeningen. Hij maakte 99 variaties op een onbenullig, haast betekenisloos fragment. Dit gaat als volgt:

Droom
Het leek wel alsof alles nevelig en zilverig was om me heen, met allerlei wazige verschijningen, waartussen zich niettemin vrij duidelijk die ene gestalte aftekende van een jongeman wiens te lange hals op zichzelf al zijn slappe en verongelukte karakter leek aan te kondigen. Een gevlochten koordje nam de plaats in van het lint om zijn hoed. Vervolgens maakte hij ruzie met iemand die ik niet zien kon en toen dook hij, als door angst overmand, de donkerte van het gangpad in.

Te gek
Helemaal te gek, sta ik in de tram, weet je wel, zie ik een kerel, helemaal te gek, met zó’n nek, te gek, je weet niet wat je ziet, heeft die ook nog zo’n maffe hoed op z’n kop, met zo’n touwtje d’r om, weet je wel, helemaal te gek. {…}

Schrijfoefening

Schrijf in drie verschillen stijlen de volgende scène:

Je komt aan op het vliegveld in Barcelona voor een masterclass schrijven. Je wordt opgehaald bij de uitgang van de vertrekhal. Je kan het niet vinden en spreekt een man aan die een opvallend hoedje draagt.

Je kan zelf een stijl kiezen, het hoeft niet dezelfde te zijn als in de voorbeelden, denk bijvoorbeeld aan een fel realistische stijl, een alledaagse stijl, of juist een poëtische stijl. Gebruik max. 200 woorden per scène.