Britt Vancayseele wint de Editio Debutantenschrijfwedstrijd 2017-18

De Vlaamse Britt Vancayseele won dit jaar de vakjuryprijs van de Debutantenschrijfwedstrijd. Hier praten we met Britt over haar schrijverschap en plannen voor de toekomst en uiteraard is ook haar verhaal Miniatuur te lezen.

Hoeveel wedstrijden heb je meegedaan?

Ik heb tot nu toe aan vier wedstrijden meegedaan. Dit is de eerste wedstrijd die ik heb gewonnen, maar ik had eerder ook al twee nominaties bij andere wedstrijden.

Heb je schrijfonderwijs gevolgd?

Nee en ik heb ook nooit cursussen of workshops gevolgd tot nu toe. Daardoor had ik het totaal niet verwacht om deze wedstrijd te winnen. Ik heb altijd wel enorm veel gelezen.

Lees je boeken over schrijven?

Zelden, maar “On writing” van Stephen King vind ik een fantastisch boek waar ik nuttige tips uit haalde.   

Welke schrijver is jouw grote voorbeeld?

Ik ben een grote fan van Neil Gaiman.

Schrijf je elke dag?

Ik probeer elke dag te schrijven, al is het maar een paar zinnen.

Wat doe je als je niet schrijft?

Hoofdzakelijk lezen, naar films kijken en wandelen. Dat geeft mij inspiratie. Daarnaast werk ik twee dagen per week als administratief bediende.

Wat zijn jouw thema’s, waarover schrijf je vaak?

Mijn thema’s zijn vaak vrij donker en mysterieus. Eenzaamheid, isolatie en de duistere psyche van de mens komen vaak terug, maar tegelijkertijd ook diepe menselijke liefde en schoonheid. Ik schrijf ook graag over intermenselijke relaties. Vroeger schreef ik voornamelijk griezelverhalen.

Heb je al langer (manuscript)werk?

Ik ben al enkele jaren bezig aan een roman waarvan de eerste versie bijna af is. Het gaat wel om een heel ruwe versie waar ik nog lang niet tevreden over ben. Het is een soort hedendaagse gothic novel.  

Ben je ‘genadeloos’ in je schrijven? Gebruik je alle informatie van iedereen als het je verhaal beter maakt?

Ik heb nog nooit letterlijk dingen overgenomen van mensen rond mij, tenzij het om mensen gaat die ik niet ken. In mijn teksten ben ik wel genadeloos tegenover de hardheid en het egoïsme in onze maatschappij. Ergens wil ik mensen – denk ik – met hun neus op de feiten drukken. Tegelijkertijd wil ik de positieve kant niet uit het oog verliezen, dat vind ik heel belangrijk.

Wat maakt in jouw ogen een verhaal ‘goed’

Wanneer de schrijver ervoor zorgt dat de lezer meteen meegezogen wordt. Een ‘goed’ verhaal heeft een goed ritme en voldoende inhoud. Ik heb al vaker verhalen gelezen waarbij schrijvers moeilijke woorden en ingewikkelde zinsstructuren gebruiken, zonder dat de tekst veel inhoud heeft. Een aantal verrassingselementen in een verhaal vind ik ook belangrijk.


Miniatuur – Britt Vancayseele

 

“Ik ben een 22-jarige mooie, avontuurlijke jongedame en als je wil mag je voor een klein prijsje in mijn bed slapen. Ik verzeker je: bij mij beleef je een fantastisch verblijf.”

Het is waarschijnlijk geen openingszin die mijn mama doet overlopen van trots, maar ze mag gerust zijn: wanneer iemand mijn bed huurt, slaap ik in de zetel.

Mijn mini-appartement is die van een vergane prinses. Eentje die haar rekeningen naarstig aan de muur kleeft als behangpapier. Eentje die ‘s nachts hoopt dat er nieuwe gasten komen om haar toch wel vrij pathetische kamer mee te delen. De reusachtige kroonluster lijkt op het eerste zicht majestueus, maar kan in realiteit ieder moment naar beneden donderen. De aftandse gordijnen voor het vuile raam zijn zo krakemikkig geworden dat ze hun doel missen. De boodschap “live your dreams” die op een metalen bordje aan de muur hangt, klinkt hier wrang in de oren. Dat geldt ook voor het opschrift “Feel the magic”, maar er vindt dan soms ook een beetje magie plaats in mijn kamer. Soms sneeuwt het wanneer er een feestje is bij de bovenburen.

In mijn advertentie op Airbnb is enkel een foto van mijn bed zichtbaar uit vrees dat ik anders hoofdzakelijk nog zielige, gevallen vrouwen aantrek die zich met mij vereenzelvigen. Dan valt het interessantste aspect van het verhuren van mijn kamer meteen weg: de verscheidenheid aan mensen. Toevallige ontmoetingen, vluchtige aanrakingen met het bestaan van anderen. Dat is waar mijn leven om draait. Het werkt verslavend want ondanks mijn jonge leeftijd heb ik al veel gezien in de twee jaar dat ik mijn kamer verhuur. Je houdt het niet voor mogelijk wat ik ondertussen al allemaal heb meegemaakt.

Toen ik ermee begon, zeiden mijn vrienden dat ik er het lot mee tart en dat wat ik doe risicovol is. Ze zeiden dat ik niet weet wie ik in huis haal. Zij wilden mij weghalen om me te beschermen tegen mezelf. Volgens hen had ik hulp nodig. Ik vond het onzin.

Er komen wel opvallend veel mannen langs, dat moet ik wel toegeven. Stiekeme tongen zweren dat ik me als een slang op hen kronkel, me op hen werp en hen verstik, maar dat gebeurt nooit. Ik doe wat anders, maar dat weet niemand want ik hou al mijn verhalen binnen de wanden van mijn appartement. Er valt heel wat van de muren af te lezen.

De meeste gasten hebben de gewoonte om laat toe te komen, wanneer de duisternis toetreedt. De lantaarnpaal voor mijn appartement verblindt hen telkens en maakt hem of haar zichtbaar voor de hele buurt. Zo heb ik de illusie dat iedereen gezien heeft wie er bij mij binnenkomt. X-Ray scanner. Zo noem ik mijn lantaarnpaal. De illusie van veiligheid.

Meestal begin ik een uur voor de gasten toekomen te schilderen. Ik maak enkel schilderijen op oppervlakken van 10X10 cm aangezien ik hier maar beperkte ruimte ter beschikking heb. Terwijl ik de verf over het doek strijk, denk ik intens na over de gasten die zullen langskomen en vergeet ik de rest. Mijn hoofd wordt helemaal leeg terwijl ik hun trekken weergeef op het doek. Ik baseer me op wat ik online te zien krijg. Tegelijkertijd hou ik er rekening mee dat mensen er in het echt vaak niet zo fraai uitzien als op hun foto.

Het is een intiem proces, alsof ik me mentaal met hen verbind en een band creëer. Ik schilder ook elementen uit de gebeurtenissen die zich hier voordoen. Achter elk schilderij schuilt een verhaal. Op eentje staat een wiel van een rolstoel. Zo stond hier ooit iemand in een rolstoel aan de deur. Mijn gang bleek niet breed genoeg te zijn voor zijn rolstoel. Ik kon hem onmogelijk binnenlaten. Pas na een half uur proberen, bleek dat zijn vriend nog moest komen. Dat bleek dan een beer van een man te zijn die hem constant in zijn armen droeg.

De afwerking van het schilderij komt er pas wanneer ik hen in levenden lijve heb ontmoet. Ik heb geleerd om mensen te lezen en dat heeft invloed op mijn werk. Mijn miniportretten zijn net tegels die over de muur zijn verspreid. Ik hoop altijd dat de bezoekers er hun oog op laten vallen, maar dat gebeurt zelden.

Vanavond verwacht ik een koppel. Die zijn vaak het interessant, dat zal je wel merken. Ik heb de menselijke liefde hier al in al zijn gedaantes gezien: rauw, ruw, heftig en bovenal levendig. De lelijkste kant kwam onlangs ook nog naar boven, maar ook dat vind ik mooi om te zien. Toen ik hier pas kwam wonen had ik nooit gedacht dat ik zo’n geluiden zou horen komen vanuit mijn kamer en dat er zich zo’n taferelen zouden afspelen. Ik beschouw mijn bed als een heilig, sacraal altaar van menselijke emotie. Al wat niet in mijn eigen leven plaatsvindt, gebeurt tussen de lakens van mijn bed.

Altijd als ik later op de avond de kamerdeur hoor kraken en hun haastige voetstappen op het parket hoor richting badkamer, sluit ik op kousenvoeten naar mijn kamer. Ik kijk als een voyeur in eigen huis naar binnen en meestal overvalt me dan een gevoel van melancholie en verlangen. Mijn kamer is dan niet langer mijn kamer. Hij lijkt dan niet meer zo pathetisch en zielig te zijn. Andere mensen oefenen er magie op uit. Ik krijg een blik op een andere wereld en dat is ironisch aangezien mijn gasten hier op hun beurt deels zijn om een andere wereld te bekeken. Ik weet wel hoe ze steels en stiekem de rekeningen aan mijn muur bekijken, mijn kleerkast opentrekken en aan de hand daarvan een ruw, meelijwekkend beeld van mijn leven schetsen. Soms gebeurt het dat ik een van mijn portretten in hun tassen verstop terwijl ze onder de douche nagenieten

Wanneer de mensen de volgende morgen weg zijn, knettert hun energie vaak nog na. De melancholie slaat dan om mijn hart, maar ik omarm ze terwijl ik me omwentel in de lakens en de geur van de mensen in me opneem, soms in de hoop dat ik in een van hen transformeer. Man, vrouw, iets ertussenin, het maakt niet uit. Indrukwekkend trouwens hoe elke mens uiteindelijk zijn eigen geur afgeeft en achterlaat. Soms laten ze een boodschap na in het stof op mijn spiegel.

Soms schreeuw ik dan in mijn kussen. Soms smijt ik met de schilderijen om me heen en mik ik ze door het raam. Soms roep ik tegen de buren als ze komen aanbellen. Soms krijgen ze dan een portret in hun gezicht. De kans zit erin dat de huisbaas mij binnenkort buitenzet, maar kijk, de gasten van vanavond staan beneden. Ik laat ze even binnen.

Ik hoor de boze stemmen van het koppel door de traphal kaatsen. Ik glip nog snel mijn slaapkamer binnen en zet voorzichtig een kleine fles van mijn vloeibare, zwarte verf voor de deur, wetende dat mijn gasten die zullen omstoten bij het openen van de deur.

Er hangt een boze wolk boven het koppel. Meteen wanneer ze binnenkomen is de spanning te snijden. Ze proberen hun mond in een glimlach te trekken, maar het levert een vreemde grimas op en hun ogen lachen niet mee. De ene stampt de ander in de zij. Het is belangrijk dat beiden volharden in het toneelspel naar de buitenwereld toe. Ik heb het hier al vaker zien gebeuren en ik begrijp het wel. Wat ik doe is uiteindelijk ook een act: ik heb net nog mijn kamer helemaal uitgemest en ik heb mijn gebruikelijke slonzige pyjama voor een net jurkje ingeruild.

Nu is het afwachten tot het conflict volledig zal losbarsten zodat ik het kan afbeelden op mijn portret. Ik voeg donkere tinten toe aan de ogen van de vrouw. Dan gaat ze uit haar dak en hoe meer ze begint te krijsen, hoe zwarter haar portret wordt. Het lijkt bijna alsof de afgrijselijke klanken uit de geschilderde mond komen. De man blijkt met een monster getrouwd te zijn.

Al snel klopt de vrouw op mijn deur. Ik laat haar binnen en meteen valt haar blik op het portret. Haar mond valt open van verbazing en ik glip snel uit de kamer om de deur op slot te doen.

En nu lig ik dus bij jou in bed. En heb ik jou mijn verhaal gedaan terwijl je vrouw schreeuwt in de kamer hiernaast. De buren zullen het waarschijnlijk niet merken want onze handen grijpen naar sneeuw en ik moet toegeven meneer, je ziet er in het echt beter uit dan online, dat gebeurt niet vaak. Eigenlijk is het simpel: ik durf mijn huis niet te verlaten en als ik zelf niet kan leven, dan haal ik het leven naar mij toe.


Benieuwd naar het Debutantenbal 2018? Bekijk hier de foto’s!

Nieuw talent op het Debutantenbal 2018: Marron Das

Thema's / 27 maart 2018

Nieuw talent op het Debutantenbal 2018: Teddy Tops

Thema's / 21 maart 2018

Nieuw talent op het Debutantenbal 2018: Tim Lenders

Thema's / 21 maart 2018