In de spotlight: Nelson Morus

In de spotlight staat Nelson Morus: de winnaar van de Editio Debutantenschrijfwedstrijd 2023. Vanwege het verschijnen van zijn debuutroman ‘Het huis en zijn holte’ bij de Arbeiderspers, interviewen wij hem.
Kan je wat meer over jezelf vertellen?
Ik ben inmiddels 38 jaar en leid een heel burgerlijk leventje met een echtgenote, twee kinderen, een hypotheek en een vaste job. Dat weerhoudt me er niet van om proza te schrijven. Daarin bevraag ik de menselijke conditie. Een methode die ik daarvoor gebruik is het nemen van schijnbaar alledaagse situaties als uitgangspunt – iemand krijgt te weinig wisselgeld terug; iemand laat een hoed op maat maken en diens mentale gezondheid wordt daarom bevraagd door diens vriendin; iemand wordt voorgestoken in de rij voor het frietkraam op de kermis en laat dat gebeuren — waarna ik uit die situatie zoveel mogelijk betekenis probeer te destilleren.
Ik gebruik nog tal van andere methodes, ik ben een god in het diepst van mijn methodes. Elke methode is erop gericht om iets van betekenis te ontrukken aan het zwijgende universum. Het zijn pogingen om iets van duiding te krijgen bij de gekmakende incongruente chaos die een mensenleven moet heten. Ik heb het niet alleen over Gaza, de Oeigoeren en de vernietiging van de biodiversiteit maar ook over de rest, dingen veel dichter bij huis, zoals het collectief pendelen naar de hoofdstad om daar een hele dag achter een scherm door te brengen, maar niet op zaterdag en zondag, want dan spelen we padel en gaan we met de kinderen naar de binnenspeeltuin. Waarom blijven we verderdoen alsof dit allemaal maar normaal is? Daarover gaat mijn proza, het geweld van de banaliteit.
Hoe ging jouw ontwikkeling tot schrijver, wat bracht je tot het ‘schrijverschap’?
Ik ben proza beginnen te schrijven tijdens de coronapandemie, in 2021.
Mijn ontwikkeling tot schrijver verliep in vier fases, die als doel hadden om op systematische wijze mijn zelftwijfel te overwinnen:
Fase 1: het aanmodderen in mijn eentje, en feedback vragen aan mijn vrouw. Door die fase moet je heen, liefst zo snel mogelijk.
Fase 2: het nemen van schrijflessen, met daarbij het lezen van andermans teksten en het feedback ontvangen door die andermans op mijnmans teksten. Warm aanbevolen.
Fase 3: het deelnemen aan schrijfwedstrijden. Erg leuk, want zo won ik bv. de Editio Debutantenschrijfwedstrijd.
Fase 4: verhalen in literaire tijdschriften publiceren. Ook plezierig, want je verhalen worden dan door wel acht of negen mensen gelezen!
Een acquirerend redacteur bij Singel Uitgeverijen heeft verhalen van mij gelezen en me uitgenodigd op de uitgeverij, en zo ben ik aan een boekencontract geraakt.
Naast schrijver ben je ook fictieredacteur bij Hard//hoofd. Kijk je hierdoor anders naar je eigen schrijven?
Nee. Ik denk sowieso als een redacteur als ik mijn eigen werk nalees en herwerk. Voor mijn roman heb ik een drietal volledig ontwikkelde verhalen met bijhorende manuscripten in de vuilbak gekieperd vooraleer ik ben geland op de huidige versie, die ook door verschillende redactierondes is gegaan.
Hoe krijg je inspiratie voor jouw werk? Haal je veel inspiratie uit je eigen leven?
Ik haal al mijn inspiratie uit mijn eigen leven. Aandacht is de manier waarop ik inspiratie krijg. Het soort aandacht waarover Simone Weil het had in haar werk. Diepe, contemplatieve aandacht die van buitenaf niet te onderscheiden is van het gebed. De stilte. Nietsdoen, wachten. Wachtkamers zijn spirituele plekken. Een wachtkamer is als een kerk. Dat is mijn gouden tip voor aspirant-schrijvers: telkens als je moet wachten, op de bus of de dokter, laat je telefoon in je tas zitten en wacht gewoon. Lees de informatiebrochures aan het prikbord. In de trein: kijk uit het raam en droom weg. Als een van mijn dochters me komt melden: ‘Papa, ik verveel mij,’ dan antwoord ik steevast: ‘Dat is goed, schat, verveling is heel belangrijk voor je hersenen.’
Wat betekent de publicatie van ‘Het huis en zijn holte’ voor jou?
Dat is een van de meest betekenisvolle gebeurtenissen in mijn leven, op gelijke voet met de geboorte van mijn kindjes en de verdediging van mijn doctoraat. Ik heb alles gegeven voor die roman, mijn hele hart en ziel daar ingestopt, alle authenticiteit en oprechtheid gesommeerd die ik kon verdragen, een titanenstrijd geleverd tegen cynisme en depressie. En ik leef nog, en de roman is klaar, dus ja, daar ben ik heel trots op.
Waar ben je nu verder mee bezig en wat kunnen we in de toekomst van je verwachten?
Nu werk ik verder aan korte verhalen. Mijn korteverhalenbundel zal ook worden uitgegeven door De Arbeiderspers, ergens in 2028 waarschijnlijk.