In de spotlight: Patrizia Vespa

Deze week interviewen we Patrizia Vespa. Vorig jaar won zij de Poëzieprijs tijdens de Debutantenschrijfwedstrijd met haar gedicht Genade.

Kan je wat meer over jezelf vertellen en waar je momenteel mee bezig bent?
Ik ben Patrizia Vespa, woon in Delft en schrijf nu zo’n tien jaar poëzie. Na mijn studies bedrijfskunde en Italiaanse taal & cultuur heb ik jarenlang bij uitgeverijen gewerkt, aan de marketingkant. Poëzie is pas laat in mijn leven gekomen, na mijn veertigste, maar neemt nu een belangrijke plek in. Momenteel werk ik met Sasja Janssen aan het manuscript van wat mijn eerste bundel moet worden. Daarnaast ben ik werkzaam bij UWV in Den Haag.

Hoe vond je het om de Poëzieprijs vorig jaar te winnen?
Die avond was een kantelpunt. Ik was al serieus bezig met schrijven, maar de prijs voelde als erkenning van hóé ik schrijf. Dat die rauwe, soms donkere, directe stem ook een plek heeft.

Wat schrijf je zoal en hoe ben je op dat punt terechtgekomen?
In het begin las ik vooral, het schrijven kwam pas later. Ik ben heel voorzichtig begonnen, volgde her en der cursussen en deed mee aan wedstrijden. Een cursus bij Esther Jansma thuis is beslissend geweest: bij haar heb ik mijn stem gevonden. Ik houd van poëzie die niet wegkijkt, zoals die van Anna Świrszczyńska of Constantin Virgil Bănescu, en hoop zelf ook zo te schrijven. Mijn gedichten gaan vaak over kwetsbaarheid, geweld, overleven, dood, (familie)relaties. De rode draad in mijn gedichten is misschien wel een protagonist die het nodige meemaakt en steeds opnieuw probeert terug te keren naar het leven, die ondanks alles aanwezig probeert te blijven. Daarbij vertrouw ik erop dat de lezer het aankan om niet precies te weten waar het gedicht over gaat. Het is vooral mijn toon en stijl die misschien opvalt: rauw, droog en compromisloos, maar zo geschreven dat het verder reikt dan alleen mijn eigen verhaal.

Wat spreekt jou aan bij poëzie?

De spaarzaamheid. In poëzie kun je met heel weinig woorden iets groots neerzetten. Een enkele scène, een kleine handeling die een heel verhaal suggereert. Ook houd ik van de eerlijkheid die poëzie toelaat. Je kunt dingen zeggen die in een gewoon gesprek te rauw zouden zijn. Poëzie biedt een plek waar verdriet, woede en tederheid naast elkaar mogen bestaan, zonder dat het meteen troostrijk of opgelost hoeft te zijn. Dat is voor mij poëzie: het ongemakkelijke, het pijnlijke, het lelijke. En de zachtheid die je daar soms middenin aantreft. Bijvoorbeeld een dochter die haar stervende moeder wast.

Heb je tips voor het schrijven van poëzie?
Schrijf vanuit iets wat je echt hebt meegemaakt of gevoeld. De waarheid voel je in de taal, ook als je er later weer van weg abstraheert. Lees veel, maar schrijf op je eigen manier. Laat je inspireren, niet overschaduwen. Lees ook buiten je eigen voorkeur, soms leer je het meest van dichters die heel anders schrijven. Zoek een paar lezers die je vertrouwt. Als iemand struikelt over een woord of een regel zonder precies te kunnen zeggen waarom, dan weet je: daar moet ik nog eens naar kijken. En tot slot: treed naar buiten met je gedichten. Doe mee aan wedstrijden, cursussen, festivals, open podia. En ga naar boekpresentaties, je weet nooit met wie je daar in gesprek raakt.

Wat zijn je plannen voor de toekomst?
Het manuscript is bijna af. De komende tijd ga ik uitgeverijen benaderen, want met deze bundel wil ik debuteren. Daarnaast blijf ik het schrijven combineren met mijn werk bij UWV, juist omdat dat zo’n andere wereld is dan die van de literatuur.