Maak de opzet voor je filosofische boek (fictie of non-fictie) met Marc van Dijk

Marc van Dijk

‘Ik word coach bij The Voice Of Holland, maar dan voor de publieksfilosofie,’ schreef journalist en schrijver Marc van Dijk onlangs op Facebook. ‘Als je een fantastisch filosofisch boek in de pen hebt, of alleen nog maar in je hoofd, kan je je aanmelden om in mijn team te komen. Dan ga ik je helpen om tot een goede opzet en een eerste fragment te komen, én een ijzersterke pitch. En aan het eind van de rit wacht een echte uitgever die naar je gaat luisteren en die dan misschien zijn stoel omdraait.’

Het gaat in dit geval niet om een tv-show, maar om de cursus ‘Maak de opzet voor je eigen filosofische boek (fictie of non-fictie)’. Deze cursus ontwikkelt Editio in samenwerking met ISVW (Internationale School voor Wijsbegeerte), en ook schrijver en filosoof Désanne van Brederode werkt eraan mee.

Maar wie is die tutor annex teamcaptain Marc van Dijk eigenlijk? En wat kunnen de cursisten tijdens dit traject verwachten?

Marc, je bent schrijver, journalist en kunstenaar. En binnenkort ook coach bij The Voice, maar dan voor de publieksfilosofie. Heb jij je roeping gemist?
Zeker! Er komen regelmatig mensen naar mij toe om te vragen hoe ze hun boek, of hun idee voor een boek, moeten pitchen voor een uitgever. Ik geef ze dan tips en verwijs ze door. In deze cursus wordt dat principe geformaliseerd, en is het mijn opdracht om kandidaten te helpen zo goed mogelijk voor een uitgever te verschijnen. Gelukkig zijn uitgevers altijd op zoek naar een goed verhaal.

Op basis van welke ervaring begin je hieraan?
Ik heb Nederlands en Journalistiek gestudeerd en voltooide daarna de Gerrit Rietveld Academie. Ik werk intussen bijna vijftien jaar als journalist, met name voor TrouwVrij Nederland en Filosofie Magazine. En eigenlijk gaan al mijn stukken over filosofie. Tien jaar lang schreef ik de tweewekelijkse rubriek Filosofisch Elftal, in Trouw. Bij elkaar heb ik enkele honderden interviews met filosofen gehouden. Ik zie dit als een voorrecht: ik kreeg privé-colleges van de beste nationale en internationale denkers. Zo heb ik stiekem toch heel wat over filosofie geleerd. En over het toegankelijk maken van filosofie. Daarnaast heb ik vaak recensies geschreven van filosofieboeken, waardoor ik de filosofische boekenmarkt in Nederland goed ken.

“René Gude beheerste als geen ander de kunst om levensvragen en andere lastige filosofische kwesties met humor en vaart toegankelijk te maken. Ik probeer een beetje in die Gudiaanse traditie te werken.”

Van wie leerde jij filosofisch schrijven?
Schrijven heb ik met name geleerd tijdens mijn master Journalistiek, aan de Universiteit van Amsterdam. De docent die me denk ik het meest heeft bijgebracht is Bert Vuijsje. Filosofisch schrijven heb ik niet op een opleiding geleerd. Ik houd me bezig met publieksfilosofie, niet te verwarren met de academische variant. Publieksfilosofie is in principe gericht op een zo breed mogelijk publiek van geïnteresseerde lezers en luisteraars. De belangrijkste lessen hierover heb ik in de praktijk geleerd. Van collega-journalisten, maar zeker ook van de mensen die ik herhaaldelijk interviewde, zoals de filosofen Marli Huijer, Bert Keizer, Paul van Tongeren en René Gude. Die laatste heeft als Denker des Vaderlands en als directeur van de ISVW heel veel betekend voor de popularisering van de filosofie in Nederland. Hij beheerste als geen ander de kunst om levensvragen en andere lastige filosofische kwesties met humor en vaart toegankelijk te maken. Ik probeer een beetje in die Gudiaanse traditie te werken.

Iemand vertelde mij laatst dat je schrijvers in zou kunnen delen in twee categorieën. De eerste werkt van tevoren een compleet plan uit en maakt daar vervolgens een verhaal van, terwijl de tweede enkel een basis idee heeft en van daaruit verder klimt. Hoe werkt dat  bij jou?
Ik denk dat ik meer in de tweede categorie val. De stukken die ik schrijf zijn vaak korte sprintjes, dat is discipline over inspiratie. Kees van Kooten zei het al: ‘schrijven is zitten blijven tot het er staat’. Natuurlijk zijn er momenten waarop ik ineens inspiratie krijg, maar die zijn gescheiden van de momenten dat er geschreven wordt. Letters op papier zetten doe ik met nuchterheid. En koffie en thee.

“Ik weet hoe moeilijk het kan zijn om een boek te bedenken, te schrijven én te zorgen dat het bij de juiste uitgever verschijnt.”

Wanneer is een boek ‘filosofisch’?
Lastige vraag. Laten we zeggen dat er drie categorieën filosofische boeken bestaan. Om te beginnen heb je natuurlijk de boeken van grote denkers, dood of levend, van Plato en Nietzsche tot Sloterdijk, Nussbaum en Zizek. Boeken van mensen die al schrijvend hun eigen filosofie ontvouwen.

De tweede categorie is filosofische non-fictie. De schrijver van dergelijke boeken hoeft zelf geen filosoof te zijn, en ook geen groot denker. Hij of zij kan eigen ervaringen, observaties en ideeën koppelen aan de filosofische traditie. Zulke boeken kunnen werkelijk over alles gaan. Een mooi voorbeeld vind ik Kleine filosofie van het rijtjeshuis van Pieter Hoexum. Over het algemeen wordt er met een soort minachting naar rijtjeshuizen gekeken, maar Hoexum beschouwt zijn eigen rijtjeshuis als een kasteel waar van alles te beleven valt. En hij gebruikt andere denkers en schrijvers om zijn eigen gedachteproces te verrijken en te verdiepen.

En dan de derde en laatste categorie: filosofische fictie. Dat vind ik de lastigste categorie. Ook zogenaamd ‘filosofische fictie’ dient wat mij betreft namelijk in eerste instantie te voldoen aan de standaardwetten van de fictie: het moet spannend zijn, ontroerend en meeslepend, en het liefst allemaal. Wie het nodig vindt om zijn eigen roman ‘filosofisch’ te noemen, loopt het risico om die eisen te verwaarlozen. Personages kunnen dan lege hulzen worden die enkel staan voor een bepaald ‘idee’. Maar uiteraard kán het wel. Veel grote denkers – zoals Sartre en Camus – gebruikten romans en toneelstukken als unieke uitdrukkingsvormen. Onder de levende schrijvers in Nederland kan je denken aan Connie Palmen, Joke J. Hermsen en Désanne van Brederode. Van Brederode zal zelf aan de cursisten komen vertellen over haar werkwijze.

Wat zou jij cursisten mee willen geven?
Ik kan ambachtelijke kennis en vaardigheden doorgeven. Ik weet hoe moeilijk het kan zijn om een boek te bedenken, te schrijven én te zorgen dat het bij de juiste uitgever verschijnt, alleen al op basis van mijn eigen ervaringen rond de publicatie van mijn boek over theoloog en dichter Huub Oosterhuis (De paus van Amsterdam, 2013). Verder hoop ik door de dialoog die met cursisten ontstaat zelf ook nieuwe inzichten te krijgen. Dat is het leuke aan lesgeven. Ik kijk uit naar de ongetwijfeld unieke boek-ideeën die leven bij de deelnemers. Stel je voor dat iemand een verhaal heeft dat erom schreeuwt gepubliceerd te worden en dat ik daarbij mag helpen. Dat vind ik heel bijzonder.

De cursisten gaan hun idee pitchen voor een uitgever. Wat moeten ze absoluut doen tijdens de pitch?
Het verhaal terugbrengen tot een sprankelende kern. Daar gaan we tijdens de cursus naar op zoek. Daarnaast moeten ze het natuurlijk ook schrijvend kunnen laten zien in een sterk fragment, want enkel een idee verzinnen kan iedereen. Ik vind het fantastisch om de aspirant-schrijvers bij al deze dingen te mogen helpen.


Je kunt je nog aanmelden voor het team van Marc van Dijk. De live kick-off is op 15 september, de online cursus onder begeleiding van Marc start op 19 september en de afsluitende pitch-dag is op 3 november. Inschrijven voor de cursus ‘Maak de opzet voor je eigen filosofische boek (fictie of non-fictie)’ kan via de site van de ISVW. 

Filosofisch schrijver Florian Jacobs

Filosofisch Schrijven met Florian Jacobs

Thema's / 17 juli 2018

Wandelend stijlfiguur

Thema's / 25 april 2017

12 tips voor – non-fictie – schrijvers van Guus Luijters

Thema's / 21 juni 2018